Supertalent Paul Seixas gaat in Luik de strijd aan met Tadej Pogacar: 'Als dat gebeurt, moeten we niet schrikken'
In dit artikel:
Tadej Pogacar (27) gaat zondag in de Ardennen opnieuw de strijd aan om Luik–Bastenaken–Luik: de Sloveen kan voor de vierde keer in zes jaar de klassieker winnen en zijn dertiende monument binnenhalen. Pogacar domineerde dit seizoen al op het heuvelwerk en won Strade Bianche, Milaan–San Remo en de Ronde van Vlaanderen; in Parijs–Roubaix werd hij tweede.
Tegenstand komt onder meer van nieuw talent Paul Seixas (19), de Franse revelatie die woensdag indruk maakte in de Waalse Pijl. Seixas boekte in 2026 zeven overwinningen en ziet Luik al lange tijd als doel — hij won er als junior in 2024 — maar dat optreden vond plaats zonder veel toppers aan de start. De enige keer dat Seixas dit jaar Pogacar trof (in Strade Bianche) moest hij zich al gewonnen geven.
Ook Remco Evenepoel mag niet worden vergeten: de 26-jarige Vlaming, tweevoudig winnaar van La Doyenne, bewees zijn vorm met de zege in de Amstel Gold Race. Evenepoel waarschuwt dat de slijtende wegen gevaarlijk zijn, maar bevestigt dat hij graag op dit parcours rijdt. Met teams als dat van Pogacar (waar ook Benoît Cosnefroy goed voor de dag komt) belooft de 260 km lange editie een confrontatie tussen gevestigde sterren en opkomend talent te worden — waarbij vooral de vraag staat of de jonge Seixas de lange finale kan doorstaan.